Blijkbaar moet je ook arm genoeg leven

Gepubliceerd op 5 oktober 2026 om 16:27

“Sinds ik in armoede leef, lijkt het soms alsof iedereen recht heeft op een mening over mijn leven. Over wat ik koop. Wat ik eet. Wat mijn kinderen dragen. En blijkbaar zelfs over wat ik ’s avonds op televisie mag kijken.”

Ik ben arm.

Voilà.

Ik heb het gezegd.

Niet financieel kwetsbaar.
Niet iemand met een beperkt budget.

Sommige maanden ben ik gewoon aan het tellen tot er opnieuw geld op mijn rekening staat.

Ik weet perfect hoeveel brood er nog in de kast ligt.

Ik weet hoeveel dagen ik nog moet overbruggen.

Ik weet welke rekening nog even kan wachten zonder dat er meteen een herinnering komt.

En ik weet hoe het voelt om aan de kassa te staan en in je hoofd mee te tellen terwijl de boodschappen over de band gaan.

Dat is mijn leven.

Maar blijkbaar is dat niet genoeg.

Blijkbaar moet ik ook bewijzen dat ik arm genoeg leef.

Ik heb een smartphone.

Dus zo slecht zal ik het wel niet hebben.

Mijn kinderen hebben degelijke schoenen.

Dus waar klaag ik over?

Ik heb ooit een foto geplaatst waarop we frieten gingen eten.

“Daar is blijkbaar wel geld voor.”

Ik heb Netflix.

En toen die hele discussie in Brugge losbarstte, wist ik precies wat er zou komen.

De reacties.

Profiteurs.

Hangmat.

Ga werken.

Wij mogen daar weer voor betalen.

Mensen die mij niet kennen.

Die niet weten hoe mijn maand eruitziet.

Die niet weten wat ik al heb moeten laten.

Die niet weten hoeveel keer ik tegen mijn kinderen heb gezegd:

“Deze maand niet, misschien volgende maand.”

Maar één woord — Netflix — en plots weten ze alles over mij.

Het vreemde is:

niemand vraagt hoeveel uur per dag ik wakker lig.

Niemand vraagt hoe het voelt wanneer je kind met een brief van school thuiskomt en jij eerst kijkt hoeveel het kost voordat je vraagt waarover het gaat.

Niemand ziet dat ik soms afspraken uitstel omdat ik geen geld heb voor de bus.

Niemand ziet de enveloppen die ik niet onmiddellijk durf openmaken.

Niemand ziet dat ik in de supermarkt een product terugzet omdat ik drie euro tekortkom.

Dat verschijnt niet op Facebook.

Maar zet ergens dat iemand in armoede een tussenkomst kan krijgen voor Netflix en plots heeft iedereen tijd om te reageren.

Weet je wat Netflix voor mij soms is?

Twee uur mijn hoofd stil krijgen.

Samen met mijn kinderen onder een deken naar een film kijken zonder dat het geld kost om ergens naartoe te gaan.

Een avond waarop zij niet hoeven te voelen dat wij anders leven dan andere gezinnen.

Even niet rekenen.

Even niet piekeren.

Even gewoon mama zijn.

Maar zelfs daar moet blijkbaar een oordeel over komen.

Alsof ontspanning alleen bestemd is voor mensen die genoeg verdienen.

Alsof mensen in armoede alleen maar mogen overleven.

Niet leven.

Soms voelt het alsof onze maatschappij steeds harder wordt.

Alsof solidariteit plaats moet maken voor wantrouwen.

Alsof er eerst gekeken wordt:

Wat doet die persoon verkeerd?

voor iemand zich afvraagt:

Wat is er met die persoon gebeurd?

En sociale media maken dat nog harder.

Je bent geen mens meer.

Je wordt een profiel.

Een krantenkop.

Een bedrag.

Een uitkering.

Een voorbeeld waarmee iemand zijn punt wil bewijzen.

En onder dat bericht verzamelen mensen zich om te zeggen wat mensen zoals jij wel en niet zouden mogen hebben.

Een auto?

Verdacht.

Een hond?

Onverantwoord.

Roken?

Eigen schuld.

Een smartphone?

Dan kan het zo erg niet zijn.

Een abonnement op Netflix?

Profiteur.

 

 

 

Weet je wat dat met een mens doet?

Je begint jezelf te controleren.

Ik heb al getwijfeld om iets op Facebook te zetten omdat ik dacht:

Wat gaan mensen hiervan vinden?

Je denkt na voordat je vertelt dat je iets leuks hebt gedaan.

Je durft bijna niet meer te zeggen dat je een cadeau hebt gekregen.

Je kinderen krijgen iets nieuws en je voelt de behoefte om erbij te vertellen dat oma het betaald heeft.

Alsof je je voortdurend moet verantwoorden.

Alsof armoede betekent dat je ook je recht op privacy hebt ingeleverd.

En op den duur kruipt dat oordeel onder je huid.

Misschien hebben ze gelijk.

Misschien mag ik dat inderdaad niet.

Misschien moet ik mij schamen.

Misschien moet ik blij zijn met wat ik krijg en vooral mijn mond houden.

Dat is misschien nog het ergste aan armoede.

Niet alleen dat je weinig geld hebt.

Maar dat je langzaam het gevoel kunt krijgen dat je minder waard bent.

 

Het zogenaamde Netflix-verhaal in Brugge raakte mij daarom veel harder dan mensen misschien beseffen.

Want voor sommigen ging het over een streamingdienst.

Voor mij ging het over iets helemaal anders.

Over de vraag hoeveel mens je nog mag zijn wanneer je arm bent.

Mag ik ontspannen?

Mag ik cultuur beleven?

Mag ik mijn kinderen iets geven wat hun vrienden ook hebben?

Mag ik zelf keuzes maken?

Of moet iedere euro die mij wordt gegund eerst worden goedgekeurd door mensen die mijn leven niet leven?

Het Brugse systeem gaat trouwens helemaal niet alleen over Netflix. Mensen met een beperkt inkomen kunnen een deel van kosten voor onder andere sport, cultuur, jeugdwerk en digitale deelname terugbetaald krijgen. Ook streaming kan daaronder vallen.

Maar blijkbaar was Netflix genoeg om van mensen opnieuw een karikatuur te maken.

Niet de moeder.

Niet de buurman.

Niet de persoon die probeert rond te komen.

De profiteur.

En weet je wat gemakkelijk is?

Een oordeel hebben.

Je leest een titel.

Je ziet een bedrag.

Je typt een reactie.

Enter.

Klaar.

Voor jou duurt het twintig seconden.

Voor degene over wie je schrijft, blijft het soms dagen hangen.

Want achter dat woord profiteur zit een mens die morgen opnieuw aan de schoolpoort staat.

Die naast jou in de supermarkt loopt.

Die misschien tegenover jou op de bus zit.

En die al genoeg energie nodig heeft om iedere maand opnieuw rond te komen.

Armoede ontneemt je al zoveel.

Laat het alsjeblieft niet ook nog je waardigheid afnemen.

Want menswaardigheid is geen beloning voor wie het financieel goed doet

In artikel 23 van onze Grondwet staat niet:

Iedereen die hard genoeg werkt, de juiste keuzes maakt en nooit hulp nodig heeft, heeft recht op een menswaardig leven.

Er staat:

“Ieder heeft het recht een menswaardig leven te leiden.”

Daar horen economische, sociale én culturele rechten bij. Ook het recht op culturele en maatschappelijke ontplooiing wordt uitdrukkelijk genoemd.

 

Menswaardigheid betekent dus meer dan eten hebben en ergens kunnen slapen.

Het betekent ook kunnen deelnemen.

Erbij horen.

Zelf keuzes mogen maken.

Kunnen ontspannen.

Niet voortdurend vernederd of gewantrouwd worden omdat je hulp nodig hebt.

En vooral:

nog altijd als mens gezien worden.

Dus voordat je de volgende keer profiteur typt onder een bericht:

misschien even stoppen.

Misschien eerst vragen welk verhaal er achter die persoon zit.

Want het is gemakkelijk om een oordeel te hebben over een leven dat je zelf niet hoeft te leven.

Armoede mag je inkomen bepalen.

Niet je waarde als mens.

Rechten op papier zijn niet genoeg.

Armoede schendt mensenrechten.
Mensen maken het verschil.