We vertellen burgers dat ze rechten hebben.
Recht op wonen.
Recht op gezondheidszorg.
Recht op sociale bescherming.
Recht op een menswaardig bestaan.
Artikel 23 van de Belgische Grondwet legt dat niet vast als vrijblijvende ambitie.
Het zijn sociale grondrechten.
Maar probeer ze maar eens op te nemen.
Dan begint het.
Je moet weten dat het recht bestaat.
Weten waar je moet zijn.
Formulieren begrijpen.
Documenten verzamelen.
Deadlines bewaken.
Digitaal mee kunnen.
Durven bellen.
Opnieuw bellen.
Bezwaar maken als iets fout loopt.
En ergens onderweg verandert een recht in een test.
Wie het systeem aankan, geraakt verder.
Wie dat niet kan, valt uit.
Onderbescherming is geen detail
Wanneer mensen niet krijgen waar ze recht op hebben, noemen we dat non-take-up of onderbescherming.
Dat klinkt technisch.
De gevolgen zijn dat niet.
Het betekent geld mislopen.
Zorg uitstellen.
Een rekening niet betalen.
Een huurachterstand opbouwen.
En toch kijken we nog te vaak eerst naar de burger.
Niet aangevraagd.
Niet gereageerd.
Niet verschenen.
Document ontbreekt.
Termijn verstreken.
Administratief correct.
Maar sociaal vaak veel te gemakkelijk.
Want achter zo'n zin zit bijna altijd een tweede vraag:
Waarom lukte het niet?
We testen niet alleen het recht. We testen de burger.
Kun je lezen?
Kun je Nederlands?
Heb je internet?
Heb je Itsme?
Heb je een computer?
Kun je documenten uploaden?
Kun je overdag bellen?
Begrijp je de brief?
Weet je wat bezwaar of beroep betekent?
En heb je nog genoeg energie over om het allemaal uit te zoeken?
Wie overal “ja” op kan antwoorden, staat sterker.
Maar geen enkele van die vaardigheden bepaalt of iemand recht heeft op een menswaardig bestaan.
Armoede vreet mentale ruimte
Wie bezig is met huur, schulden, eten, energie, gezondheid en kinderen, heeft minder ruimte voor administratie.
Dat is geen excuus.
Dat is realiteit.
Een formulier staat nooit alleen.
Er ligt ook nog een brief van de energieleverancier.
Een ziekenhuisfactuur.
Een bericht van school.
Een vraag van het OCMW.
Een afbetalingsplan.
Nog een wachtwoord.
Nog een deadline.
En iedere gemiste stap kan geld kosten.
Digitalisering is niet automatisch toegankelijkheid
Digitaal kan sneller zijn.
Voor wie mee kan.
Voor wie niet mee kan, wordt het soms gewoon een extra deur.
Fysieke loketten verdwijnen.
Afspraken worden online gemaakt.
Brieven verwijzen naar websites.
Telefoonnummers worden keuzemenu's.
En de burger moet zichzelf steeds verder administreren.
We noemen dat efficiëntie.
Maar efficiëntie voor een systeem is niet automatisch toegankelijkheid voor een mens.
Zelfredzaamheid mag geen afschuifsysteem worden
Mensen versterken is belangrijk.
Mensen informeren is belangrijk.
Maar “zelfredzaamheid” wordt problematisch wanneer het eigenlijk betekent:
zoek het zelf maar uit.
Een burger heeft verantwoordelijkheid.
Maar een overheid ook.
Een recht is geen examen administratieve vaardigheden.
Je hoeft niet digitaal sterk te zijn om recht te hebben op sociale bescherming.
Je hoeft niet assertief te zijn om menswaardig behandeld te worden.
Je hoeft geen juridische taal te begrijpen om rechten te hebben.
Goodwill is geen rechtszekerheid
Iedere sociaal werker kent het.
Dat ene telefoontje.
Die medewerker die toch nog eens kijkt.
Die uitzondering die iemand toevallig kent.
En plots lukt iets wat daarvoor onmogelijk leek.
Mooi.
Maar ook problematisch.
Want een recht mag niet afhangen van geluk.
Niet van toevallig bij de juiste medewerker terechtkomen.
Niet van iemand die tijd heeft om verder te zoeken.
Niet van goodwill.
Rechten moeten werken.
Structureel.
Stel eindelijk de juiste vraag
Niet:
“Waarom heeft die persoon zijn recht niet opgenomen?”
Wel:
“Waarom wist hij niet dat het bestond?”
“Waarom begreep hij onze brief niet?”
“Waarom moest hij opnieuw bewijzen wat een overheid al wist?”
“Waarom werd hij doorgestuurd?”
“Waarom wordt dit recht niet automatisch toegekend?”
Dat zijn beleidsvragen.
En daar ligt ook verantwoordelijkheid.
Mensen in armoede zijn niet het probleem in het systeem.
Ze maken zichtbaar waar het systeem faalt.
Daarom zijn hun ervaringen geen anekdotes.
Het zijn signalen.
Wie artikel 23 ernstig neemt, moet dus meer doen dan rechten opschrijven.
Rechten moeten ook bereikbaar zijn.
Begrijpelijk.
Proactief.
Automatisch waar mogelijk.
Menselijk waar nodig.
Want een recht dat alleen werkelijkheid wordt voor wie voldoende tijd, taal, kennis, digitale vaardigheden en doorzettingsvermogen heeft,
is geen gelijk recht.
Dan hebben we geen sociale grondrechten georganiseerd.
Dan hebben we een toegangsproef gebouwd.