We gebruiken het woord vaak.
Menswaardig.
Het staat in beleidsplannen.
In visieteksten.
In toespraken.
In doelstellingen.
En zelfs in onze Grondwet.
Maar wat bedoelen we daar eigenlijk mee?
Dat je niet verhongert?
Dat je ergens kunt slapen?
Dat de elektriciteit niet wordt afgesloten?
Dat je nét genoeg hebt om het einde van de maand te halen?
Als dát onze lat is, moeten we eerlijk zijn.
Dan hebben we het niet over menswaardig leven.
Dan hebben we het over overleven.
En die twee zijn niet hetzelfde.
Het staat er. Zwart op wit.
Artikel 23 van de Belgische Grondwet begint met één bijzonder duidelijke zin:
“Ieder heeft het recht een menswaardig leven te leiden.”
Ieder.
Niet ieder die werkt.
Niet ieder die altijd de juiste keuzes maakt.
Niet ieder die zijn administratie perfect op orde heeft.
Niet ieder die vriendelijk en dankbaar blijft wanneer hij voor de zoveelste keer zijn hele leven moet uitleggen aan een loket.
Ieder.
Onze Grondwet koppelt dat menswaardig leven bovendien aan heel concrete rechten: arbeid en een billijke beloning, sociale zekerheid, bescherming van de gezondheid, sociale, geneeskundige en juridische bijstand, behoorlijke huisvesting, een gezond leefmilieu en culturele en maatschappelijke ontplooiing.
Dat is belangrijk.
Want blijkbaar hebben we ooit beslist dat een menswaardig bestaan over veel meer gaat dan brood, een bed en een dak.
Het gaat over leven.
Deelnemen.
Gezond zijn.
Wonen.
Je ontwikkelen.
Erbij horen.
Alleen lijken we dat soms vergeten zodra het over mensen in armoede gaat.
Want hoeveel is genoeg om menswaardig te leven?
Een menswaardig bestaan is natuurlijk eten op tafel hebben.
Maar het is ook naar de tandarts gaan vóór de pijn ondraaglijk wordt.
Je verwarming aanzetten wanneer je koud hebt zonder eerst te berekenen wat dat uur warmte je zal kosten.
Een bril vervangen wanneer je niet meer goed ziet.
Je kind laten meegaan op schoolreis zonder drie andere rekeningen opzij te schuiven.
Een kapotte wasmachine vervangen zonder dat daarmee je hele maandbudget instort.
Internet hebben.
De bus kunnen nemen.
Een hobby hebben.
Een verjaardag vieren.
Een koffie gaan drinken met een vriend.
En ja.
Misschien zelfs eens op vakantie gaan.
Niet omdat vakantie belangrijker is dan eten.
Maar omdat ademruimte óók deel uitmaakt van leven.
Een mens kan niet jarenlang alleen maar eten, slapen, betalen en opnieuw beginnen.
Toch hebben we van armoede een rekensom gemaakt
Huur betaald?
Check.
Elektriciteit?
Check.
Eten?
Check.
Dan lukt het toch?
Nee.
Een mens leeft niet in een Excelbestand.
Een kind groeit niet volgens een begroting.
Een wasmachine wacht niet met kapotgaan tot het vakantiegeld gestort is.
Een tand begint niet pas pijn te doen wanneer er financiële ruimte is.
En eenzaamheid verdwijnt niet omdat iemand technisch gezien voldoende calorieën binnenkrijgt.
Toch blijven we mensen vertellen dat ze beter moeten budgetteren.
Goedkoper winkelen.
Maaltijden plannen.
Tweedehands kopen.
Geen koffie onderweg.
Geen abonnementen.
Geen “onnodige” uitgaven.
Alsof armoede vooral het gevolg is van een gebrek aan discipline.
Terwijl veel mensen in armoede waarschijnlijk beter kunnen budgetteren dan wie hun dat advies geeft.
Ze kennen de prijs van melk.
Van brood.
Van elektriciteit.
Van een busrit.
Tot op de cent.
Niet omdat ze daar zo graag mee bezig zijn.
Omdat één verkeerde rekening hun hele maand kan doen kantelen.
“Je moet keuzes maken”
Die horen we ook graag.
Natuurlijk moet iedereen keuzes maken.
Maar er is een verschil tussen:
Gaan we deze zomer naar Frankrijk of Spanje?
en:
Betaal ik deze maand de elektriciteit of ga ik naar de tandarts?
Dat tweede is geen keuze.
Dat is tekort.
Verwarming of eten.
Medicatie of schoolkosten.
Een nieuwe jas voor je kind of je eigen bril.
De huur of die factuur die al twee maanden ligt te wachten.
Dat zijn geen budgettaire keuzes.
Dat zijn grondrechten die tegen elkaar worden uitgespeeld omdat er onvoldoende middelen zijn om ze allemaal tegelijk waar te maken.
En toch verwachten we dat mensen blijven schuiven.
Rekenen.
Uitstellen.
Schrappen.
Oplossen.
En wanneer het nét lukt, zeggen we:
“Zie je wel. Ze redden zich.”
Misschien moeten we stoppen met daar tevreden over te zijn.
Je redden is een bijzonder lage ambitie voor een samenleving waarvan de Grondwet zegt dat iedereen recht heeft op een menswaardig bestaan.
Armoede neemt meer af dan geld
Ze neemt ruimte.
Ruimte om te kiezen.
Ruimte om fouten te maken.
Ruimte om ziek te worden.
Ruimte om plannen te maken.
Ruimte om spontaan te zijn.
Ruimte om eens niet te rekenen.
Ruimte om gewoon mens te zijn.
Ze zorgt ervoor dat je een uitnodiging afslaat en zegt dat je geen zin hebt, terwijl je eigenlijk geen €5 kunt missen.
Dat je hoopt dat je kind niet opnieuw wordt uitgenodigd voor een verjaardagsfeestje omdat daar een cadeautje bij hoort.
Dat je drie dagen naar een ongeopende envelop kijkt omdat je bang bent voor wat erin staat.
Dat een kapotte koelkast geen ongemak is, maar een crisis.
Dat één onverwachte rekening genoeg is om een zorgvuldig opgebouwd kaartenhuis omver te blazen.
Dat is ook armoede.
Misschien vooral dat.
Nooit zorgeloos mogen zijn.
En dan moet je ook nog bewijzen dat je arm genoeg bent
Dat is misschien een van de vreemdste dingen die we georganiseerd hebben.
Wie hulp nodig heeft, moet zich vaak eerst volledig blootgeven.
Wat verdien je?
Wat staat er op je rekening?
Waar geef je geld aan uit?
Heb je spaargeld?
Kan je familie niet helpen?
Waarom heb je dit gekocht?
Heb je écht alles geprobeerd?
Kan het niet goedkoper?
Nog een document.
Nog een attest.
Nog een bewijs.
Nog eens je verhaal.
En nog eens.
We noemen dat administratie.
Voor degene aan de andere kant van de tafel kan het voelen als:
Bewijs eerst maar eens dat je onze hulp verdient.
En ergens moeten we durven vragen:
Hoe menswaardig is hulp nog wanneer iemand eerst een stuk van zijn waardigheid moet inleveren om ze te krijgen?
Menswaardigheid moet je niet verdienen
Dat is misschien de essentie.
Je hoeft niet te werken om menswaardig behandeld te worden.
Je hoeft geen perfecte ouder te zijn.
Je hoeft je geld niet altijd verstandig besteed te hebben.
Je hoeft geen foutloos leven geleid te hebben.
Je hoeft niet dankbaar te zijn.
Je hoeft zelfs geen keuzes te maken die wij begrijpen.
Menswaardigheid is geen beloning voor goed gedrag.
Je hebt ze omdat je mens bent.
Punt.
Dat is precies waarom het een mensenrecht is.
En net daar wordt het interessant.
Want mensenrechten zijn gemakkelijk wanneer alles goed gaat.
Het wordt pas betekenisvol wanneer iemand niet in ons perfecte plaatje past.
De persoon met schulden.
De dakloze man.
De alleenstaande ouder die niet rondkomt.
De jongere die telkens opnieuw vastloopt.
De persoon met een verslaving.
Degene die boos wordt aan het loket.
Degene bij wie hulpverlening al drie keer mislukt is.
Ook zij.
Artikel 23 zegt niet: ieder, behalve...
Er staat:
ieder.
Stop met mensen te feliciteren omdat ze overleven
We houden van verhalen over veerkracht.
De alleenstaande moeder die iedere euro omdraait en ervoor zorgt dat haar kinderen niets merken.
De man die na maanden dakloosheid opnieuw een woning vindt.
De jongere die ondanks alles zijn diploma haalt.
De vrijwilliger die zijn eigen armoede-ervaring gebruikt om anderen te helpen.
We noemen hen sterk.
En dat zijn ze ook.
Maar misschien moeten we daar voorzichtig mee zijn.
Want voor je het weet maken we van veerkracht iets romantisch.
Kijk eens hoe sterk die mensen zijn.
Misschien moeten we een andere vraag stellen:
Waarom moesten ze in godsnaam zo sterk worden?
We mogen geen samenleving bouwen die mensen eerst tot het uiterste duwt en hen vervolgens feliciteert omdat ze niet gebroken zijn.
Mensen in armoede hoeven niet nóg weerbaarder te worden.
De samenleving moet minder hard worden.
Misschien stellen we al jaren de verkeerde vraag
We vragen:
“Kan iemand rondkomen?”
Maar artikel 23 vraagt iets veel groters.
Kan iemand menswaardig leven?
Kan iemand gezond blijven?
Kan iemand behoorlijk wonen?
Kan iemand deelnemen?
Kan iemand zijn kinderen kansen geven?
Kan iemand vrienden ontmoeten?
Kan iemand een onverwachte kost opvangen?
Kan iemand plannen maken die verder reiken dan de volgende factuur?
Kan iemand hulp vragen zonder zijn waardigheid aan de deur achter te laten?
Kan iemand af en toe iets doen zonder eerst zijn bankapp te openen?
Kan iemand dromen?
Kan iemand gewoon even…
leven?
Dat is een heel andere lat.
En dan wordt armoede plots geen individueel probleem meer
Dan volstaat het niet meer om te zeggen:
Hij moet beter met geld leren omgaan.
Zij heeft verkeerde keuzes gemaakt.
Ze moeten hun verantwoordelijkheid nemen.
Natuurlijk hebben mensen verantwoordelijkheid.
Maar een samenleving heeft die ook.
Wanneer mensen die werken structureel niet rondkomen.
Wanneer kinderen kansen missen omdat thuis het geld ontbreekt.
Wanneer gezondheidszorg wordt uitgesteld omdat ze te duur is.
Wanneer wonen zoveel opslokt dat er nauwelijks nog geld overblijft om te leven.
Wanneer mensen recht hebben op ondersteuning maar verdwalen in de weg ernaartoe.
Wanneer deelnemen aan onze samenleving afhankelijk wordt van de dikte van je portefeuille.
Dan hebben we het niet langer alleen over individuele keuzes.
Dan hebben we het over rechten.
En dan is armoedebestrijding geen liefdadigheid.
Geen gunst.
Geen mooi sociaal project voor “kwetsbare mensen”.
Het is de opdracht om waar te maken wat we zelf in onze Grondwet hebben geschreven.
Ieder.
Misschien is dat uiteindelijk het belangrijkste woord van artikel 23.
Niet menswaardig.
Maar:
ieder.
Ieder heeft het recht een menswaardig leven te leiden.
Niet nét genoeg om niet te verhongeren.
Niet nét genoeg om de huur te betalen.
Niet nét genoeg om de verwarming nog een maand aangesloten te houden.
Niet voortdurend overleven en dat dan “zelfredzaamheid” noemen.
Leven.
Met veiligheid.
Met gezondheid.
Met kansen.
Met verbinding.
Met keuzevrijheid.
Met ademruimte.
Met waardigheid.
Dat is geen luxe.
Geen extraatje.
Geen gunst.
Het is een grondwettelijk recht.
Dus zolang mensen moeten kiezen tussen eten en verwarming, tussen gezondheid en facturen, tussen deelnemen en thuisblijven, moeten we misschien stoppen met hen te vragen hoe ze nóg beter kunnen rondkomen.
En onszelf een veel ongemakkelijkere vraag stellen:
Hoe lang blijven we een grondwettelijk recht behandelen alsof het een extraatje is voor wie het zich kan veroorloven?
Want armoede schendt mensenrechten niet alleen wanneer iemand niets meer heeft.
Armoede schendt mensenrechten iedere keer wanneer wij overleven verwarren met menswaardig leven.
Armoede schendt mensenrechten.
Mensen maken het verschil.
Maar mensenrechten vragen meer dan medeleven.
Ze vragen dat we veranderen wat mensen arm houdt.